fbpx

Het leven op de Russische toendra: de Dolgan

Home / Blog / Het leven op de Russische toendra: de Dolgan

In de Siberische toendra, duizenden kilometers van Moskou, wonen de Dolgan. Ze spreken hun eigen taal, houden rendieren, trekken rond of wonen in kleine dorpjes. Ze leven afgezonderd van de moderne wereld, en het is moeilijk te geloven dat ook dít Rusland is. Ik bezocht een lezing van dr. Eugenie Stapert op de Universiteit Leiden. Zij vertelde over haar ervaring bij de Dolgan en inspireerde mij hierover te schrijven.

Wie zijn de Dolgan?

De Dolgan zijn oorspronkelijk een nomadenvolk. Zij trokken rond door de Russische toendra, samen met hun rendieren. Inmiddels echter heeft het grootste deel van hen zich gevestigd in dorpen. De oudere generatie van de Dolgan kijkt nostalgisch terug op het nomadenleven; zij hebben medelijden met hun kinderen omdat zij het nomadenleven niet hebben meegemaakt. Ze willen terug naar het nomadenleven, maar weten dat ze niet zouden overleven: veel van hun kennis is verloren gegaan en daarnaast biedt het leven in een dorp ook veiligheid. De Dolgan telt zo’n 7885 mensen volgens de Russische volkstelling in 2010, 2000 van hen leven op de toendra en reizen dus rond.

Ze kleden zich in rendiervacht, het warmste materiaal ooit. Buiten wordt het snel -50 graden! Doordat het er zo droog is merk je daar alleen niet erg veel van, maar het is des te gevaarlijker. Wanneer het ineens van -50 naar -40 gaat voelt het oprecht als warm en heb je de neiging alles uit te trekken, maar dan vries je dood, dus dat moet je niet doen. Iedereen is verpakt tot ze zelf wel op een rendier lijken. Kinderen worden volledig ingepakt op de slee, liggend.

Een Dolganvrouw prepareert rendiervacht, waarschijnlijk om later kleding van te maken.
Afbeelding

De Dolgan spreken Dolgans, een taal die veel wegheeft van het Turks. Echter is dit een bedreigde taal en wordt Russisch meer gesproken, omdat het Russisch meer een toekomst biedt. De oudere generatie mag dan nostalgisch terugkijken op hun nomadenbestaan; ook zij begrijpen dat om hun kinderen een toekomst te bieden, de kinderen Russisch zullen moeten leren. Op de kleine sobere schooltjes leren de kinderen Russisch spreken en schrijven. Van de 7885 Dolgan spreken slechts 1054 mensen nog Dolgans.

Het Dolgans

Het Dolgans is een Turkische taal en lijkt dus veel op het Turks. Ook heeft het veel weg van het Sakha, een eveneens Turkische taal, die in tegenstelling tot het Dolgans niet bedreigd is. Uniek voor het Dolgans is dat er geen “sierwoorden” bestaan; woorden zoals hallo, dankuwel, welterusten, bestaan niet in het Dolgans. Deze woorden zijn “nutteloos”; ze worden gesproken uit beleefdheid en hebben geen waarde.

Een kind schommelt op een zelfgemaakte schommel.
Afbeelding

Opvallend is dat de Dolgan zelf hun taal onderschatten. In de Sovjet-Unie werd er besloten dat iedereen “beschaafd” moest worden en werden de nomaden allen gedwongen in dorpen te gaan leven. Reden voor protest: de nomaden zetten demonstratief tentjes op voor hun, door de overheid gefinancieerde, huis. Ze wilden reizen! Het beleid van de Sovjet-Unie impliceerde tevens dat de nomaden onbeschaafd zouden zijn, en er werd de nomaden ook letterlijk verteld dat Russisch dé taal was. Kinderen werden afgenomen en naar school gestuurd, wat zij natuurlijk totaal niet gewend waren.
De Dolgan onderschatten hun taal dus flink en begrijpen dan ook niet dat mensen geïnteresseerd zijn. Ze wuiven het een beetje weg.

Kinderen worden gestimuleerd Russisch te leren. Sommige kinderen kiezen er later voor om naar de Russische steden te gaan om daar bijvoorbeeld te gaan studeren, en de Dolgan stimuleren dit: als hun kind een goede baan krijgt, betekent dat ook dat er wat geld voor de Dolgan binnenkomt, en de Dolgan zelf ook eens naar de steden kunnen gaan. Met de helikopter naar Dudinka en van daaruit naar andere Russische steden is namelijk een mogelijkheid, maar het kost een beetje geld, wat de Dolgan niet hebben.

Met de helikopter vlieg je naar de dorpjes van de Dolgan.
Afeelding

Naar de Siberische toendra

Het is nog een hele klus om naar de Siberische toendra te komen. Wat je eerst moet doen als Nederlander is een vergunning aanvragen. Als Nederlander kun je namelijk maar tot de stad Dudinka komen zonder vergunning. De vergunning aanvragen duurt, uiteraard, lang. Vroeger moest je in Rusland zijn om die vergunning aan te vragen en was de kans dus groot dat je visum al was verlopen tegen de tijd dat je die vergunning had. Gelukkig hoeft dat nu niet meer; nu hoef je je enkel nog aan te sluiten bij een officiële instantie die de uitnodiging kan verstrekken en kun je vervolgens in Nederland de vergunning regelen.

Als je die vergunning eenmaal hebt ben je er nog niet: je reist naar Dudinka en vanaf daar zijn er drie opties: in de zomer kun je met de eenwekelijkse boot zes dagen over de rivier naar een van de dorpjes. Die boot heeft meerdere stops; naarmate je naar het noorden gaat stopt de boot steeds vaker, omdat je er niet meer met de auto kunt komen.Wanneer de boot stopt staat de plaatselijke bevolking al te wachten en zet razendsnel tafeltjes op met pannenkoekjes, jam, en thee. Dat verkopen ze aan de passagiers. De tweede optie is met de helikopter, en de derde en laatste optie is: met iemand meerijden die er toevallig heengaat. Dit kan alleen in de winter, want je rijdt over het ijs!

Dudinka, de laatste stad waar je je nog met een normaal Russisch visum mag bevinden. Een typisch Sovjetstadje.
Afbeelding

Belangrijk is dus om bij aankomst in Dudinka meteen contact te leggen met de lokale bevolking en vertellen wat je doel is. Ze zullen je helpen en aan je denken wanneer ze richting de toendra gaan. Dat kan wel betekenen dat je op een willekeurig moment geroepen wordt met de woorden: “we vertrekken over een half uur!”. Dan moet je alles laten vallen en je spullen gaan pakken, want wie weet gaat de volgende persoon pas over drie weken!

Het dorp

De meerderheid van de Dolgan leven in dorpjes met een populatie van 200 tot 700 mensen. Er is geen politie, geen ambulance: er is eigenlijk niks.
Omdat iedereen elkaar kent is er alleen maar sociale controle en is het er dus relatief veilig. In het dorp wordt geleefd van de rendierjacht; met sleeën trekken de Dolgan dan de toendra op om op rendieren te jagen. Ook op poolvossen wordt gejaagd, maar dat is enkel voor kleding.

Klaar voor de jacht. Deze Dolgan lijkt zelf wel op een rendier!
Afbeelding

In het dorpje waar dr. Stapert verbleef was het groot nieuws wanneer de helikopter arriveerde! Voor het dorpje is dit namelijk het enige contact met de buitenwereld. De helikopter brengt dingen als eten en kolen (gesubsidieerd door de Russische staat), cadeautjes van familieleden die in andere steden van Rusland wonen, familieleden zelf komen aan met de helikopter. De helikopter komt ongeveer eens per twee weken.

De komst van de helikopter is groot nieuws en verspreidt zich razendsnel in het dorpje.
Afbeelding

In het dorp wordt geleefd van rendiervlees, brood, thee en bessenjam. Water wordt als ijsblokken uitgehakt; aan de oever is het water zout, maar wie iets meer de toendra oprijdt met de slee vindt ook zoet water. De ijsblokken worden dan naar het dorp gebracht. Wanneer er behoefte is te drinken wordt er een ijsblok gesmolten op de kachel. Alles wordt met elkaar gedeeld. Uniek is een “rendiervriezer”: een grot waar al het overschot aan rendiervlees wordt verdeeld onder de bewoners. Zelfs in de zomer vriest het in die grot, en iedereen heeft zijn eigen plekje in de grot.
Rendieren zijn het allerbelangrijkste: zij zijn de bron van voedsel, maar ook van vervoer, kleding, en…. cadeautjes! Want bij een bruiloft, verjaardag, of gewoon zo maar, wordt altijd een rendier als cadeau gegeven. De Dolgan temmen hun rendieren en ze slachten hun “eigen” rendieren niet, tenzij er een noodgeval is. Rendieren worden gezien als het kapitaal van een gezin.

Rendieren zijn heel belangrijk voor de Dolgan.
Afbeelding

Soms komt het voor dat een ijsbeer zich bevindt in het dorp. Dat is natuurlijk levensgevaarlijk! Echter, volgens de cultuur van de Dolgan, is het niet geoorloofd een ijsbeer te vermoorden. Wanneer het noodzakelijk is (dr. Stapert vertelde dat een ijsbeer met twee ijsbeerkinderen zich eens onder een huis had ingegraven) mag het wel.

De toendra

Het leven op de toendra zelf is hard. Enkele Dolgan leven nog op de toendra en reizen dus rond, met hun rendieren. De rendieren eten mos en graven zelf met hun hoeven sneeuw weg om het mos te eten. Wanneer het mos opgegeten is, trekt de groep Dolgan weer verder naar een nieuwe plek. Opvallend voor hen die op de toendra leven is het feit dat zij niet drinken: ze zijn afhankelijk van hun intuïtie en gevoel, en wodka kan roet in het eten gooien. In de dorpjes wordt wel gedronken.

De toendra. Mooi? Zeker. Maar ook uitzichtloos, zeker als je er dagenlang overheenglijdt met je slee.
Afbeelding

Op de toendra wordt ook geleefd van rendiervlees.

Op de toendra worden veel liederen gezongen, over het leven op de toendra. De liederen zijn positief: ze gaan over vrijheid, en natuurlijk ook over rendieren.

De Dolgan weten precies hun routes over de toendra, ondanks dat het voor ons dus enkel wit is en je niet weet wat boven of onder is. Ik ben zelf zo’n type dat met navigatie op haar smartphone nog straal de verkeerde kant oploopt, dus ik ben blij dat ik niet als nomade ben geboren.

Pooldag en –nacht

In het uiterste noorden van de hele wereld is het eens per jaar een maand lang nacht, en eens per jaar een maand lang dag. Veel Dolgan kunnen daar slecht tegen, want in de zomer betekent een maand lang dag óók dat het een maand lang +25 graden buiten is! Ook een maand lang nacht is erg deprimerend. Je hele ritme wordt door de war geschopt, en een horloge, tja, dat heb je natuurlijk niet. Je weet dus niet wanneer een dag begint, of wanneer deze weer over is.

Conclusie

Op zich wel jammer dat het voor toeristen zo moeilijk is om naar zo’n schattig Dolgandorpje te gaan. Aan de andere kant is dat natuurlijk ook wat het zo speciaal maakt: een volledig geïsoleerd volkje, dat haar enige contact met de buitenwereld krijgt door een helikopter die eens per twee weken (en dat enkel wanneer er passagiers zijn) langskomt. Het idee dat wij hier netjes iedere dag om 9 uur ‘s ochtends op ons werk verschijnen, om 5 uur ‘s middags weer vertrekken en klokslag 6 uur ‘s avonds rond de tafel zitten voor avondeten, terwijl zij niet eens een horloge hebben en enkel jagen, intrigeert me. Het is jammer dat de Dolgan een bedreigde bevolkingsgroep is; ik zou het jammer vinden als zo’n speciaal stukje Rusland verloren zou gaan.

Link hoofdafbeelding

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *